Je hoort altijd maar hetzelfde: Thailand is goedkoop, Bali is chill, Vietnam is ‘authentiek’ (en China is eng). Ondertussen zit Maleisië daar letterlijk tussenin, zowel geografisch als qua ervaring, en niemand die het erover heeft. Gek eigenlijk. Want het is er veilig, modern, belachelijk lekker en onlangs nóg goedkoper geworden.
5 ringgit per euro
De Maleisische ringgit (MYR) is de laatste tijd weer een beetje aan het verzwakken tegenover de euro. Waar je eerder rond de 4,5 ringgit kreeg, kruipt het nu richting de 5. Dat is fijn, zeker omdat het al vét goedkoop was.
De lekkerste keuken ter wereld
Laten we meteen met het beste beginnen: het eten. Maleisië is wat er gebeurt als je Chinees, Indiaas, Thais, Indonesisch én Arabisch eten bij elkaar zet, en dan ook nog even besluit dat het betaalbaar moet blijven.
Een paar voorbeelden om je buik alvast te laten knorren:
- Nasi kandar – curryfeest op een bord
- Char kway teow met die vette wokgeur waar je gewoon gelukkig van wordt
- Roti canai met dhal en sambal als ontbijt.
- Laksa in duizend regionale varianten, van zuur tot romig tot pittig
- Saté zoals saté bedoeld is: niet op een stokje van de Albert Heijn maar vers van de straatbarbecue
En waar moet je dan zijn?
Maleisië is groter dan je denkt en elke regio heeft z’n eigen vibe:
- Kuala Lumpur – Stad met wolkenkrabbers, roti als ontbijt en een metronetwerk dat wél werkt.
- Penang – Streetfood-hoofdstad van het universum. UNESCO-waardig, letterlijk én figuurlijk.
- Langkawi – Duty-free eiland met stranden en bergen, alsof je Bali op de stille stand zet.
- Kota Kinabalu – De toegangspoort tot Borneo. Jungle, orang-oetans en eilanden zo mooi dat je spontaan je retourticket weggooit.
Maar is het wel leuk daar?
Ja. En nee, je hoeft geen reisgidsen vol ‘verborgen parels’ te doorploegen. Maleisië is verrassend makkelijk. Openbaar vervoer doet het, Engels is overal de tweede taal, het internet is snel en de mensen zijn chill. Je krijgt de cultuurshock zonder dat je moet onderhandelen over de prijs van een fles water.
Waarom gaat niemand dan?
Goede vraag. Misschien omdat Maleisië niet schreeuwt. Geen influencers op yogamatjes aan infinitypools, geen drama bij immigratie, geen wietwinkels of full moon-feesten. Het is gewoon… normaal leuk. En daar kunnen sommige mensen blijkbaar niet zo goed mee omgaan.
En hoe kom je er dan?
Goedkope ticketdeals naar Maleisië zijn er genoeg. Je moet alleen even weten waar je moet zoeken—op deze site bijvoorbeeld. De meeste internationale vluchten komen aan op Kuala Lumpur, en daar kun je vervolgens door hoppen naar Penang, Langkawi, Kota Kinabalu en al die andere tropische parels.
Een paar routes om in de gaten te houden:
- Naar Kuala Lumpur vlieg je vaak goedkoop met airlines als China Southern, Etihad of Saudia.
- Naar Penang zijn er vaak verrassend goeie deals met China Southern en XiamenAir, soms met een nachtje noodles eten in China als tussenstop. Ook Star Alliance-maatschappijen (denk: Singapore Airlines, Swiss en Lufthansa) kunnen je die kant op brengen – vaak met wat meer comfort, en bijbehorende prijs.
- Langkawi en Kota Kinabalu bereik je meestal via een overstap in Kuala Lumpur, al zijn er soms ook combinaties te vinden via Singapore of Bangkok.
Low-cost heaven
Zodra je in Zuidoost-Azië bent, verandert Maleisië in een soort openbaar vervoernetwerk met vleugels.
- {AK} is koning. Ze vliegen overal heen, vaak meerdere keren per dag.
- Scoot en {ID} brengen je voor een paar tientjes naar eilanden, steden en regenwoudluchthavens waar je nooit van gehoord hebt.
Kortom: Maleisië is spotgoedkoop, zwaar onderschat en absoluut op een culinaire podiumplek. En het mooie is: het is verrassend makkelijk bereikbaar – als je tenminste weet waar je moet kijken.
Gelukkig weet jij dat nu.