Boek Luchtvaartmaatschappijen

Luchtvaartmaatschappijen

Luchtvaartmaatschappijen zijn de bedrijven die jouw vlucht uitvoeren. Zij regelen onder andere het vliegtuig waarmee je vliegt, dat dat vliegtuig mag landen op de plek waar je naartoe wilt, dat je misschien een blikje cola light ontvangt van een stewardess die soms vrolijk en soms chagrijnig door het gangpad loopt, dat de piloot kundig genoeg is om het toestel te besturen en dat je koffer in het ruim belandt als de bagagebakken in het vliegtuig vol zijn. Kortom: zonder luchtvaartmaatschappij geen vlucht.

Anno 2023 zijn er wereldwijd ongeveer duizend luchtvaartmaatschappijen. Kun je bij al deze maatschappijen een vlucht boeken? Nee. De meeste luchtvaartmaatschappijen die tickets verkopen zijn aangesloten bij de IATA. De IATA geeft hen toegang tot het IATA-portaal, waarmee ze hun tickets kunnen verkopen.

Grote, voornamelijk low-cost maatschappijen zoals easyJet en Ryanair zijn geen lid van de IATA. IATA-lidmaatschap kost geld, en low-cost maatschappijen besteden dat liever aan hun eigen reserveringssysteem of glimlach- en taalcursussen voor hun Oost-Europese cabinepersoneel.

In dit hoofdstuk draait het om Europese en Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen, want hier is de luchtvaart het meest ontwikkeld en gedifferentieerd. We beginnen met het wereldwijde verschil tussen full-service en low-cost maatschappijen. Om het allemaal in perspectief te plaatsen duiken we dieper in de verschillen tussen vliegtuigmaatschappijen en treinen. Tot slot kijken we naar de verschillende samenwerkingen tussen airlines. Aan het eind van dit hoofdstuk weet je waarom je bij KLM een ticket kunt kopen maar alsnog in een vliegtuig van Delta zit, en waarom Ryanair zo extreem goedkoop is.

Low-cost maatschappijen

Een low-cost maatschappij is een luchtvaartmaatschappij die je voor een habbekrats van A naar B vliegt. De ene maatschappij is de andere niet, dus er zijn grote verschillen tussen low-cost maatschappijen. Toch zijn er een paar gemene delers waarop ik hier kort in ga.

Bij low-cost draait alles om kosten. Want wie minder uitgeeft dan er binnenkomt, maakt winst. Low-cost maatschappijen gebruiken hoofdzakelijk point-to-point-netwerken, meestal tussen secundaire luchthavens. Sommige low-cost maatschappijen bouwen een basis op een bepaalde luchthaven. Denk bijvoorbeeld aan easyJet die vanaf Amsterdam naar twintig bestemmingen vliegt, Ryanair dat een monopolie heeft op het voormalige militaire vliegveld van Weeze (NRN) of Transavia (HV) dat “toevallig” een sterke aanwezigheid heeft op de hubs van Air France (AF) en KLM. Low-cost maatschappijen richten zich vooral op vakantievliegers. Deze groep is het meest prijsgevoelig en bereid om verder te reizen naar een secundaire luchthaven.

Vakantievliegers zijn prijsgevoeliger dan zakenreizigers.

Low-cost maatschappijen vliegen vaak korte vluchten tussen twee bestemmingen. Dit is winstgevender: je kunt meerdere korte vluchten uitvoeren binnen dezelfde tijdzone, met steeds hetzelfde type vliegtuig, waarvoor je slechts één type training voor het personeel nodig hebt. Bovendien maken wettelijke regels rondom werktijden het goedkoper uitvoeren van langeafstandsvluchten moeilijker. Sinds enige tijd zijn er maatschappijen die zich richten op low-cost langeafstandsvluchten — deze worden handig “long-haul low-cost” genoemd.

Het hele idee achter low-cost maatschappijen is: je betaalt weinig, maar krijgt er ook weinig voor terug. Kan het je niet schelen dat je geen maaltijd krijgt, geen plek mag kiezen en je koffer niet standaard gratis mee mag? Dan is een low-cost maatschappij voor jou de beste deal: je betaalt niet voor extra’s waar je toch geen waarde aan hecht. Dit boek heeft echter als doel om te laten zien dat je ook goedkoop (en toch redelijk comfortabel) kunt vliegen met een full-service maatschappij. Sterker nog: de bedoeling is dat je zo weinig mogelijk betaalt voor het meest comfortabele ticket. Daarmee zijn low-cost maatschappijen vaak irrelevant: ze zijn onderin de comfort-ladder te vinden. Ja, het ticket is goedkoper, maar het product is wezenlijk anders (lees: slechter). Daarom heeft Ryanair nog steeds één van de beste winst- en omzetmarges van Europa.

Low-cost maatschappijen kunnen heel goedkoop maar ook oncomfortabel zijn.

De chartermaatschappij

De chartermaatschappij zit qua serviceniveau en prijs een beetje tussen het low-cost- en het full-service-segment in. Een chartermaatschappij vliegt meestal in opdracht van een of meerdere reisorganisaties. Het belangrijkste verschil met low-cost en full-service maatschappijen is dat chartermaatschappijen niet volgens een vaste dienstregeling vliegen, maar alleen als ze “gecharterd” worden. Chartermaatschappijen vliegen vooral naar populaire vakantiebestemmingen (denk aan de Turkse Rivièra, Canarische eilanden, of Spaanse Costa’s). Chartermaatschappijen zijn de zeldzame plekken waar je een last minute-deal kunt scoren, want ze willen écht de stoelen (en hotels op je bestemming) vullen.

Last-minute deals bestaan nog bij chartermaatschappijen.

Het serviceniveau is vergelijkbaar met dat van een low-cost maatschappij. Je moet extra betalen om een koffer in te checken en een maaltijd is meestal niet inbegrepen. Je kunt allerlei extra’s kopen om je vlucht aangenamer te maken. Zo biedt TUI vier verschillende zittypes aan, variërend in beenruimte. Tickets voor een chartermaatschappij koop je meestal als onderdeel van een pakketreis, maar je kunt ook alleen losse tickets boeken.

De full-service maatschappij

Full-service maatschappijen zijn de luchtvaartmaatschappijen waarmee het allemaal begon — denk aan KLM, Lufthansa, British Airways, Air France, Swissair (R.I.P.) of Sabena (ook R.I.P.). Deze maatschappijen hanteren doorgaans een hub-and-spoke-netwerk en bieden veel rechtstreekse vluchten vanaf hun hub naar bestemmingen wereldwijd. Dat de R.I.P. achter Swissair en Sabena suggereert dat dit model stervende is, maar dat is niet zo. Jonge maatschappijen als Emirates (EK), Etihad (EY), Jet Airways (9W) (bijna R.I.P.) en Qatar Airways (QR) zijn óók full-service maatschappijen. Maatschappijen komen en gaan — dat is goed voor innovatie en de (lage) prijzen die wij betalen.

Wat betekent full-service nu eigenlijk? Vroeger — dus voordat low-cost maatschappijen bestonden — kreeg je bij een full-service maatschappij alles, en meer. Een koffer om gratis in te checken op korte vluchten, een warme maaltijd, altijd vriendelijke stewardessen (omdat ze zulke fijne arbeidsvoorwaarden hadden), en stoelen zo ruim dat je er bijna met z’n tweeën op past (grapje). Die tijden zijn helaas voorbij: full-service maatschappijen hebben de afgelopen twintig jaar veel marktaandeel verloren aan low-cost maatschappijen. Om concurrerend te blijven bieden ze nu, net als low-cost-maatschappijen, steeds minder inclusief aan. Tegenwoordig moet je bijvoorbeeld op korte vluchten betalen om een koffer in te checken of een favoriete stoel te kiezen. Toch bieden full-service maatschappijen over het algemeen een (iets) hoger serviceniveau. Het grote probleem is dat veel full-service maatschappijen steeds meer op low-cost gaan lijken: ze besparen op service, wat klanten teleurstelt die nog ouderwetse full-service verwachten. Hierdoor is bijvoorbeeld de Net Promoter Score van British Airways flink gedaald.

Full-service maatschappijen kunnen net zo “slecht” zijn als low-cost maatschappijen.

Het belangrijkste verschil met low-cost maatschappijen is dat full-service-maatschappijen veel samenwerkingen hebben met andere airlines. Deze samenwerkingen zijn er in allerlei vormen en gradaties. Hieronder worden er vijf uitgelegd.

Definitie Voorbeeld
Interline-overeenkomst Een overeenkomst tussen twee onafhankelijke luchtvaartmaatschappijen om passagiers samen te vervoeren. Er zijn geen rechtstreekse vluchten van Amsterdam naar Fiji, dus je moet meerdere vluchten nemen. Je vliegt in één boeking via LHR, SIN en SYD met BA en daarna van SYD naar NAN met Fiji Airways. Dankzij een interline-overeenkomst tussen BA en Fiji Airways (FJ) hoef je je koffer onderweg niet opnieuw in te checken.
Codeshare-overeenkomst Twee of meer luchtvaartmaatschappijen verkopen tickets voor één vlucht die door één van hen wordt uitgevoerd. Je wilt van Amsterdam naar Sydney vliegen met KLM, maar helaas ziet KLM hier geen brood in en vliegt deze route niet zelf. Gelukkig heeft KLM een codeshare-overeenkomst met Etihad, dus kun je alsnog via Abu Dhabi (AUH) naar Australië vliegen.
Alliantie Een vergaande samenwerkingsvorm tussen een groep luchtvaartmaatschappijen, waarin zaken als codeshare- en interline-overeenkomsten, statusherkenning en marketing geregeld (kunnen) worden. Je vliegt met Delta, de SkyTeam-alliantiepartner van KLM, van JFK naar LAX. Je hebt Gold-status in het loyaliteitsprogramma van KLM. Omdat Delta een alliantiepartner is, erkent zij jouw status en mag je wachten in de businesslounges van Delta.
Joint venture Een vergaande samenwerking tussen twee of meer luchtvaartmaatschappijen die niet per se alliantiepartners zijn. Air France-KLM is bijvoorbeeld een joint venture aangegaan met Jet Airways, dat geen lid is van een alliantie. Het doel was de connectiviteit tussen India, Europa en Noord-Amerika te verbeteren. Volgens mij is dit overigens nooit echt gelukt.
Fusie De samenvoeging van twee onafhankelijke (bedrijfsonderdelen). In 2004 besloten KLM en Air France om te fuseren tot één moederbedrijf met de weinig verrassende naam: Air France-KLM.